Zonnebloemen

Konijnenbloed, hamburgers en lachwekkend puin

Ergens achteraan mijn nek zit een mondstuk, blaas erop, klap mijn borstkas open, demp mijn hartkleppen af met een sourdine, wap-do-wap, a shame shame shame, et j’essaie un instant de remonter le temps. Hoe je je ogen opsloeg en het pokerdekseltje naar me toeschoof: grote straat. Je bluft, zeg ik, maar kijk, in nevelen gehuld, de Kortrijkse Heirbaan, wij twee in miniatuur op onze hobbelfiets, boekentas vastgeklemd met rekkers op het rekje, op die Grote Straat, bokkend over kapotgevroren stoepranden, kasseikoppen en putten in het asfalt. Elke ochtend wachtten we op elkaar tot twintig voor acht, op de hoek van de berkenlaan, aan de villa met een kopie van de Laocoöngroep in de voortuin. Dat was de afspraak, en het was dikwijls pompen of verzuipen in de regen, elke ochtend een test voor onze adolescente ridderlijkheid, maar tien kilometer alleen was lang. We waren trouw aan elkaars ontrouw, er stonden ongeschreven regels in de plassen geschreven, we verbeten onze kwaadheid als de ander laat kwam door glimlachend het hoofd te schudden, geeft niet, en dan slikken met natte dichtgeknepen kaken.

Waar we over praatten tijdens die ochtendlijke fietstochten? Ik zou het niet meer weten. We waren jong, pijnlijk jong, de hele wereld was onbekend, onkenbaar, lag onverkenbaar ver van onze waspoederkatoenen bedstee. In plaats van Marx, Kropotkin of Kerouac lazen we griezelboekjes van Bies Van Ede, Paul Van Loon en Eddy C. Bertin: hamburger-escapisme waartegen niemand ons beschermde, alleen werden we er niet vetter van maar magerder, armer, geestelijk afgeroomd. Het werd er met de jaren niet veel beter op, hoewel het me aan goede wil niet ontbrak. In het laatste middelbaar mochten we onze held voorstellen, onze héros, want het was voor het vak Frans. Ik herinner me dat iemand Justine Hénin koos, en iemand anders de drummer van een metalband die op het publiek piste en konijnen offerde op het podium. Wat waren we creatief. Zesde jaar Latijnse. Ik koos Jotie T’Hooft, maar een held wou ik hem niet noemen, hoewel zijn woorden vast harder sneden dan de backhand van Hénin, op een dag zal ik weg zijn en wat dan? Verdwenen zonder een teken te geven of te nemen, en het puin dat ik achterlaat is niet langer lachwekkend. De leraar Frans had nooit van hem gehoord (want Romanisten hoorden Jotie niet te kennen) en M., advocatenkind met flaporen en pijpmondje, vond er niets beters op dan me belachelijk te maken door om een bis te vragen, en zo las ik het gedicht een tweede keer voor. Wat zou Jotie hebben gedaan in mijn situatie? Saved by the bell, volgens het script van the bold and the beautiful. (STUDENTS ARE LEAVING CLASSROOM, PHYLLIS HESITATES, THEN TURNS BACK TOWARDS JACK.) Phyllis: Jack? Jack: Yes? Phyllis: I liked the poem. Jack: Really? Thanks. Phyllis: Wanna read my poems too? They’re in my bra… Jack: Gee, it’s a tempting idea. But maybe we better get out of here. Phyllis: Why? The others are gone. Jack: No, look, I… Phyllis: Just shut up and kiss me. (THEY KISS) Dan volgt de eindgeneriek met saxofoonsolo, het klikkend diafragma, tsjak tsjak, de palmbomen, tsjak, mannen en vrouwen in kostuums als in een pornofilm, met dat verschil dat de seks nooit komt.

Advertenties
Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s