poëzie

Ik wit, de nacht zwart

In mij laait een onrust als een brand.
Na middernacht ga ik fietsen
Om me te luwen.
Ik word een helicopter.
Ik blus mezelf uit en wiek
Verlaten
Kruispunten voorbij,
Rode ruimtetempels van vale nevel
Waar joggers, dieven in astronautenpak,
Stikkend van stoep tot stoep sluipen.
Ik denk: ze willen de tijd inhaleren
Die ze overdag hebben verspild.
Ze snakken naar zuurstofflessen.
Mocht elke nutteloze muisklik
Een steek van een breinaald zijn,
Kon de hele wereld dan dagelijks
Geen sjaal naar de maan en terug breien?
Ze rilt vannacht, die maan.
Misschien zijn er ergens in haar kraters
Twee broertjes verstoppertje aan het spelen,
Hoe koud hebben die het dan wel niet.
Langzaam loopt mijn lichaam vol melk.
In mijn mond zit een lamp,
Maar ik ben geen vampier.
Dit is zijn reflectie die rijdt en straks
Op mijn mat beddelaken zal schaken
Met mijn slaap tot de ochtend valt:
Ik wit, de nacht zwart.

Advertenties
Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s