Zonnebloemen

Vlamingenhaat onder Vlamingen floreert

Image

Opmerkelijk nieuws uit Italië: aan de Universiteit van Macerata studeerde Gabriele Ryu op 21 juni laatstleden af met een thesis getiteld “Odiare i simili: il caso delle Fiandre” (vert: “Haten wie op je gelijkt: de casus Vlaanderen”). De jongeman met Vlaams-Koreaanse roots stelde een corpus samen van een paar duizend commentaren gevonden op nieuwswebsites, twitterkanalen, en fora, en paste daar een gesofisticeerde corpusanalyse op toe. Hij kwam tot enkele bijzonder interessante conclusies.

*

“Ik vond inspiratie in de Zibaldone van Leopardi,” legt de student uit. “Dit is een bundeling van bijzondere heldere dagboekfragmenten die de Italiaanse schrijver Leopardi schreef tussen 1817 en 1832. Op een bepaald moment werpt hij op dat haat misschien wel een gevoel is dat ontstaat uit gelijkaardigheid eerder dan uit verschil. Hij vermeldt bijvoorbeeld het lichte gevoel van gène dat in elke talige gemeenschap ontstaat bij het horen van welbepaalde dialecten. Hier is niet de haat voor de ander aan het werk, stelt hij, maar de haat voor wie ondraaglijk veel gelijkt op jezelf.” Die gedachtegang verder volgend, kwam Gabriele uit op een interessante hypothese. “Wanneer een persoon zich wil distantiëren van een groep waarmee hij veel gemeen heeft, botst deze vaak op vooroordelen van derden, die hem alsnog met deze groep verbinden. Dit zorgt dan voor sociale frictie binnen een gemeenschap. Hetzelfde mechanisme zien we bij homo’s die verwijfde homo’s haten, hipsters die opzichtelijke hipsters haten, of voetbalsupporters die andere voetbalsupporters haten, ondanks het feit dat ze op de kleur na net hetzelfde gekleed zijn.”

Het klonk allemaal wel aannemelijk, maar hoe kon hij zijn intuitie empirisch hard maken? “Dankzij mijn erasmusuitwisseling aan de KUL vond ik vond inspiratie bij recente studies in corpuslinguistiek en data mining. Ik onderzocht eenvoudigweg duizenden instanties van de woorden Vlaams, Vlaanderen en Vlaming, en deed hetzelfde voor Walen en Brussel, en keek daarna hoe deze woorden werden gebruikt. Al sterk tekende zich een patroon af: wanneer Vlaamse commentaristen het hebben over Vlaanderen of Vlamingen in de commentaarsectie van een artikel met Vlaamse thematiek, is er in vier op de tien gevallen duidelijk een negatief sentiment voelbaar. In zes op de tien gevallen is een flamingant gevoel waarneembaar.” Deze cijfers lijken niet heiligmakend, maar dit verandert wanneer we er de data over Brussel en Wallonië bijnemen. “In Brussel en Wallonië is een dergelijke polaire lading zo goed als onbestaand. Het is te zeggen: in het geval van Brussel is er een overwegend haatdragende of pessimistische emotie voelbaar, maar daar kan moeilijker worden uitgemaakt tot welke etnische groep de commentator behoort. Bij Wallonië merken we in één op de twee gevallen een vrijwel neutrale houding tegenover de gemeenschappelijke taalgroep.” En dit is meteen ook het belangrijkste besluit dat Gabriele uit zijn onderzoek kon trekken: “In commentaarsecties van Vlaamse kranten en Vlaamse Twitterkanalen wordt er bijna nooit op een neutrale manier naar Vlaanderen verwezen, alsof sociaal verwacht wordt dat wanneer iemand het V-woord in de mond neemt automatisch ook een positie inneemt.”

Gabriele Ryu werd in Geraardsbergen geboren (zijn vader is Vlaming met Koreaanse origine) maar verhuisde op zijn vijftiende naar Macerata, een stad in de regio van de Marche. Acht jaar later studeerde hij, zoals eerder impliciet werd vermeld, zes maand lang in het pittoreske Leuven. “Het was een waanzinnig interessante periode voor mij, maar dan vooral vanuit sociologisch perspectief. Ik denk niet dat er een andere taalgemeenschap is in Europa waar dergelijke haat-mechanismes aan het spel zijn als in Vlaanderen.” De jonge Italo-Belg bezit duidelijk de noodzakelijke, frisse maar arrogante vurigheid van elke jonge academicus. Of hij in de toekomst nog terug zou willen komen naar Vlaanderen? “Waarschijnlijk niet. Ik denk dat er voor de postmoderne en avontuurlijke jongvolwassene interessantere landen zijn om anno 2013 te wonen. Ik heb ook ondervonden dat er in de landen waar de crisis het hoogst is  een sociale cohesie en een politiek bewustzijn aan het tot stand komen is dat in Noord-Europa nagenoeg onbestaand is.”

Standaard